Meerwaardebelasting vanaf 2026: hoe ga je hier vandaag concreet mee om?

Meerwaardebelasting vanaf 2026 hoe ga je hier vandaag concreet mee om I | Polar
Inhoudsopgave

Meerwaardebelasting vanaf 2026: hoe ga je hier vandaag concreet mee om?

De meerwaardebelasting op financiële activa is geen fictie meer. Vanaf inkomstenjaar 2026 zal het nieuwe regime effectief gelden.

In een eerder artikel bespraken we wat de regeling inhoudt en welke categorieën van meerwaarden worden geviseerd. Ondernemers en beleggers vragen zich nu echter af:

Hoe zorg ik ervoor dat mijn aangifte personenbelasting correct is?

De grootste impact van deze hervorming zit niet alleen in het tarief van 10% of 33%, maar in de administratie die ermee gepaard gaat. Meerwaarden die vroeger zelden aandacht vroegen, moeten nu structureel worden opgevolgd.

Je aangifte wordt inhoudelijk complexer

Tot en met 2025 bleven meerwaarden in het normale beheer van je privévermogen meestal buiten schot. Dat betekende dat een verkoop van aandelen of fondsen vaak geen fiscale opvolging vereiste.

Vanaf inkomstenjaar 2026 is dat anders. Elke verkoop van een financieel actief moet worden beoordeeld:

  • Valt dit onder de algemene meerwaardebelasting van 10%?
  • Gaat het om een aanmerkelijk belang?
  • Is er sprake van een interne meerwaarde?
  • Zijn er minderwaarden die mogen worden verrekend?

Dat is geen theoretische oefening. De verantwoordelijkheid om dit correct te verwerken ligt bij de belastingplichtige.

Wat is je werkelijke aanschaffingswaarde?

De belastbare meerwaarde wordt berekend als het verschil tussen de verkoopprijs en de aanschaffingswaarde.

Heb je aandelen in verschillende schijven aangekocht? Dan geldt in principe het FIFO-principe. Heb je activa verkregen via schenking of erfenis? Dan moet je kunnen aantonen tegen welke prijs de schenker of erflater ze zelf heeft verworven.

Wie geen bewijskrachtige gegevens kan voorleggen, riskeert dat de volledige verkoopprijs als belastbare meerwaarde wordt beschouwd. Documentatie is dus essentieel — ook voor participaties die je al jaren aanhoudt.

Het fotomoment van 31 december 2025

Voor activa die je reeds vóór 1 januari 2026 bezat, blijft de meerwaarde opgebouwd tot 31 december 2025 vrijgesteld. De waarde op die datum vormt het nieuwe referentiepunt.

Voor beursgenoteerde aandelen geldt de laatste slotkoers van 2025. Voor niet-genoteerde aandelen moet je terugvallen op één van de wettelijk toegelaten waarderingsmethodes, zoals een recente transactie tussen onafhankelijke partijen, een contractuele formule of een berekening op basis van eigen vermogen en EBITDA. Een onafhankelijke bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant kan eveneens een waardering uitvoeren, uiterlijk tegen eind 2026.

Belangrijke nuance: kan je aantonen dat je werkelijke historische aanschaffingswaarde hoger ligt dan de waarde op 31 december 2025, dan mag je die hogere waarde gebruiken. Die mogelijkheid geldt echter enkel voor overdrachten tot en met 31 december 2030. Ze kan bovendien niet worden gebruikt om een latente minderwaarde te bewijzen.

De jaarlijkse vrijstelling correct opvolgen

Binnen de algemene categorie geldt een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (geïndexeerd).

Slechts 1.000 euro per jaar is overdraagbaar naar volgende jaren, met een maximum van 5.000 euro. De oudste overgedragen schijf wordt eerst gebruikt.

Wie meerdere jaren op rij meerwaarden realiseert, moet dus nauwgezet bijhouden hoeveel vrijstelling reeds werd gebruikt en welk saldo nog overdraagbaar is.

Interne meerwaarden: vooraf analyseren

Wie aandelen verkoopt aan een vennootschap die hij zelf controleert (alleen of samen met familie), valt onder het regime van de interne meerwaarden. Hier geldt een tarief van 33% en geen vrijstelling.

Het onderscheid tussen een verkoop en een inbreng is fundamenteel: een inbreng kan vrijgesteld zijn, een verkoop aan een gecontroleerde vennootschap niet.

Aanmerkelijk belang: de 20%-grens

Bezit je minstens 20% van de aandelen in een vennootschap, dan val je onder het regime van het aanmerkelijk belang, met progressieve tarieven en een vrijstelling van 1 miljoen euro per vijf jaar.

De 20%-drempel geldt per aandeelhouder. Participaties van familieleden mogen niet worden samengeteld.

Minderwaarden: binnen grenzen aftrekbaar

Verliezen zijn aftrekbaar binnen dezelfde categorie en binnen hetzelfde belastbare tijdperk. Ze kunnen niet worden overgedragen naar volgende jaren en niet worden verrekend tussen verschillende categorieën.

 

Besluit

De meerwaardebelasting raakt elke ondernemer en actieve belegger anders. De impact hangt af van je participaties, je historiek, je familiale structuur en je toekomstige plannen.

Wil je zeker zijn dat je dossier correct is opgebouwd? Of vooraf bekijken welke transacties best worden voorbereid of herbekeken? Dan gaan we daar graag samen doorheen.

Neem gerust contact met ons op voor een gerichte analyse van jouw situatie. 

Benieuwd wat we voor je kunnen betekenen?