Vanaf 1 januari 2026 voert men een nieuwe meerwaardebelasting in op financiële activa. Dat nieuws zorgde de afgelopen maanden voor heel wat vragen bij ondernemers en zelfstandigen. Begrijpelijk: een verkoop van aandelen – of dat nu beursgenoteerde aandelen zijn of aandelen van je eigen vennootschap – kan vanaf 2026 effectief belast worden.
Toch gaat de nieuwe belasting verder dan alleen aandelen. Daarom starten we dit artikel met een duidelijke afbakening.
De belasting viseert financiële activa die je als particulier aanhoudt. Dat gaat veel ruimer dan enkel aandelen. Het gaat onder meer over:
Bepaalde vormen van pensioenopbouw – zoals pensioensparen, VAPZ, IPT en groepsverzekeringen – blijven volledig buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting. Deze producten worden dus niet geraakt door de nieuwe regels.
Voor vennootschappen verandert er daarnaast niets: meerwaarden blijven daar onder het klassieke stelsel van de vennootschapsbelasting vallen.
In dit artikel zullen we ons focussen op de meerwaarde op aandelen. De financieel vast activa die ondernemers en zelfstandigen het meest aanbelangt:
Ja, in veel gevallen wel. Zodra je als particulier een meerwaarde realiseert op aandelen die je privé aanhoudt, zal die vanaf 1 januari 2026 in principe belast worden. De exacte belasting hangt af van het soort meerwaarde (zie vraag 2).
Er bestaan drie tarieven:
Verkoop je je aandelen aan een externe partij? Dan val je meestal onder het gunstige aanmerkelijkbelangtarief als je minstens 20% bezit of het gewone tarief van 10%.
Verkoop je echter aan een vennootschap die je zelf controleert (bijvoorbeeld een eigen holding)? Dan betaal je 33%. Dit is bedoeld om fiscale constructies met interne meerwaarden tegen te gaan.
Dan zit je in de categorie interne meerwaarde en geldt er automatisch een tarief van 33%. Dat geldt óók als de operatie volledig economisch verantwoord is.
Dit punt is belangrijk voor ondernemers die plannen om:
Plan je zo’n operatie? Dan is timing en begeleiding cruciaal.
De belasting geldt enkel op de meerwaarde die ontstaat na 31 december 2025.
Concreet wordt er op die datum een foto genomen van de waarde van je aandelen. Bij een latere verkoop betaal je enkel belasting op het verschil tussen:
Handig om te weten:
In veel gevallen: ja.
Vooral dit is belangrijk:
Niet noodzakelijk. De meerwaardebelasting geldt niet retroactief op historische meerwaarden dankzij het fotomoment.
Ja. Schenkingen vallen buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting.
Maar: de kinderen erven wel je latente meerwaarde. Dit betekent dat zij later bij verkoop de belasting verschuldigd zijn op het verschil tussen verkoopwaarde en jouw oorspronkelijke aankoopprijs.
Dit blijft een interessante piste binnen familiale vermogensplanning, maar vraagt goede opvolging.
Neen. Verkoop je met verlies, dan kan je dit verlies aftrekken van andere meerwaarden op aandelen die je in hetzelfde jaar realiseert.
Maar: verliezen uit aandelen kan je niet verrekenen met winsten uit andere categorieën (bijvoorbeeld crypto), noch kan je deze verliezen meenemen naar volgende jaren.
Bij transacties van aandelen van beursgenoteerde bedrijven zal een bronheffing van 10% ingehouden worden via je bank. Die is in principe bevrijdend, behalve wanneer:
Voor die gevallen moet je zelf de gegevens opnemen in je aangifte personenbelasting.
Bij transacties van aandelen van niet-beursgenoteerde bedrijven zal je de meerwaarde zelf moeten aangeven in de aangifte.
De nieuwe meerwaardebelasting verandert veel voor ondernemers, aandeelhouders en zelfstandigen die beleggen. Vooral bij aandelen – of het nu gaat om beursgenoteerde aandelen, aandelen van de eigen vennootschap of familiale structuren – is het belangrijk om je situatie tijdig te laten analyseren.
Heb je vragen over je specifieke aandelenstructuur, een geplande verkoop of een familiale overdracht? Contacteer ons en we bekijken dit graag samen met jou, op maat van jouw onderneming en toekomstplannen.