Eerder schreven we al over de minimumbezoldiging die een vennootschap moet toekennen aan haar bedrijfsleider om in aanmerking te komen voor het verlaagde tarief van 20% vennootschapsbelasting op de eerste €100.000 winst.
Maar er is nog een andere belangrijke voorwaarde: de beleggingsdrempel.
Ondernemers vragen zich vaak af: hoe kan ik het best beleggen – privé of via de vennootschap? In dit artikel focussen we op de impact van beleggen via de vennootschap en de fiscale spelregels die daarbij horen.
Een vennootschap die meer dan 50% van haar kapitaal vermeerderd met de belaste reserves en geboekte meerwaarden gebruikt om te beleggen in aandelen via de vennootschap, verliest het recht op het verlaagd tarief van 20% vennootschapsbelasting.
In veel gevallen, zeker bij managementvennootschappen, komt het kapitaal vermeerderd met de belaste reserves en geboekte meerwaarden overeen met het eigen vermogen van de vennootschap.
Dat eigen vermogen bestaat doorgaans uit het aanvangsvermogen (i.e. kapitaal), de overgedragen winst of verlies en de liquidatiereserves.
Om het eenvoudig te houden – fiscaliteit is al complex genoeg –, zullen we in dit artikel dus spreken van 50% van het eigen vermogen.
Belangrijk: enkel beleggingen in aandelen tellen mee. Beleggingen in obligaties, termijnrekeningen of verzekeringen vallen dus buiten deze berekening.
Daarnaast worden aandelen die minstens 75% van het kapitaal van de uitgevende vennootschap vertegenwoordigen, niet meegeteld. In de praktijk betekent dit dat je bijvoorbeeld een participatie van 100% in een dochtervennootschap zonder probleem kan aanhouden.
Wie met zijn vennootschap wil beleggen in aandelen, moet drie zaken in het oog houden:
Dividenduitkeringen of kapitaalverminderingen doen het eigen vermogen dalen. Daardoor kan je ook minder beleggen zonder de drempel te overschrijden.
De berekening van de drempel gebeurt telkens op het einde van het boekjaar. Winst zorgt voor een hoger eigen vermogen en dus meer beleggingsruimte. Verlies heeft het tegenovergestelde effect.
Bij elke aankoop zal je moeten kijken of je de drempel respecteert.
Wil je maandelijks automatisch een vast bedrag investeren, dan zal je rekening moeten houden met wanneer je de beleggingsdrempel bereikt. Je wil vermijden dat je onbewust je drempel overschrijdt.
Stel een vennootschap met:
De vennootschap mag dus maximaal 50% van €100.000 = €50.000 beleggen in aandelen om het verlaagd tarief van 20% te behouden.
Scenario 1 – uitkering dividend van €20.000
| Voor dividend | Na dividend | |
| Eigen vermogen | €100.000 | €80.000 |
| Drempel (50%) | €50.000 | €40.000 |
| Reeds belegd | €50.000 | €50.000 |
| Resultaat |
Scenario 2 – winst van €30.000 in het boekjaar
| Begin van het boekjaar | Eind van het boekjaar | |
| Eigen vermogen | €100.000 | €130.000 |
| Drempel (50%) | €50.000 | €65.000 |
| Reeds belegd | €50.000 | €50.000 |
| Resultaat |
Wil je nagaan of jouw vennootschap nog onder de drempel blijft? Stel jezelf deze drie vragen:
De beleggingsdrempel is dus geen vast cijfer, maar beweegt mee met het eigen vermogen van de vennootschap. Ondernemers die zich afvragen beleggen privé of via de vennootschap moeten dit aspect zeker meenemen.
Twijfel je of jouw vennootschap nog onder de drempel blijft? Of wil je weten hoeveel ruimte er is om te beleggen in aandelen via vennootschap zonder het fiscale voordeel te verliezen? Neem gerust contact met ons op, we bekijken het graag samen met jou.