Alles wat je moet weten over de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders

Boekhouder & accountancy uit Leuven

Inhoudsopgave

Minimumbezoldiging bedrijfsleider: regels vanaf 2026

Wil je met je vennootschap genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting? Dan speelt je bezoldiging als bedrijfsleider een belangrijke rol.

Vanaf aanslagjaar 2027 zijn de regels bovendien strenger geworden. Niet alleen stijgt de minimumbezoldiging, ook de samenstelling van je loonpakket wordt belangrijker.

Wat is de minimumbezoldiging?

De minimumbezoldiging is het bedrag dat je vennootschap aan minstens één bedrijfsleider moet toekennen om onder meer in aanmerking te komen voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting.

Het gaat dus niet om een verplicht minimumloon vanuit het arbeidsrecht.

Je bent als bedrijfsleider niet verplicht om jezelf minstens dat bedrag uit te keren. Een te lage bezoldiging kan er wel voor zorgen dat je vennootschap een fiscaal voordeel verliest.

Voor wie is dit belangrijk?

Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting:

  • 20% op de eerste schijf van EUR 100.000,00 belastbare winst;
  • in plaats van het normale tarief van 25%.

Een van die voorwaarden heeft betrekking op de bezoldiging van de bedrijfsleider.

Vanaf het vijfde belastbare tijdperk moet de vennootschap in principe aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon een voldoende hoge bezoldiging toekennen.

Voor kleine startende vennootschappen geldt deze minimumbezoldigingsvoorwaarde tijdens de eerste vier belastbare tijdperken in principe niet.

Bij de voortzetting van een bestaande activiteit kan de berekening van die starterstermijn anders liggen. Dit moet daarom geval per geval worden bekeken.

Hoeveel bedraagt de minimumbezoldiging vanaf 2026?

Tot en met aanslagjaar 2026 bedroeg de minimumbezoldiging EUR 45.000,00.

Nieuwe grens

Vanaf aanslagjaar 2027 wordt het bedrag geïndexeerd. Voor aanslagjaar 2027 bedraagt de vereiste bezoldiging EUR 51.000,00.

Voor een vennootschap met een kalenderboekjaar betekent dit dat de nieuwe grens al relevant is voor het boekjaar 2026.

Er blijft wel een belangrijke uitzondering bestaan.

Bedraagt je bezoldiging minder dan EUR 51.000,00? Dan kan je vennootschap toch aan de voorwaarde voldoen wanneer je bezoldiging minstens gelijk is aan het belastbare resultaat van de vennootschap na aftrek van die bezoldiging.

Cijfervoorbeeld – Petra’s situatie

Petra is bedrijfsleider van GreenWave, een kleine vennootschap die niet langer als starter kwalificeert.

Berekening Situatie A Situatie B
Resultaat vóór bezoldiging EUR 120.000,00 EUR 70.000,00
Bezoldiging Petra EUR 45.000,00 EUR 35.000,00
Belastbaar resultaat na bezoldiging EUR 75.000,00 EUR 35.000,00
Voldoet aan bezoldigingsvoorwaarde? Nee Ja
Situatie A

Petra ontvangt EUR 45.000,00. Dat is minder dan de vereiste EUR 51.000,00 én minder dan het belastbare resultaat van EUR 75.000,00.

GreenWave voldoet dus niet aan de minimumbezoldigingsvoorwaarde.

Wordt haar bezoldiging verhoogd tot EUR 51.000,00, dan is de minimumdrempel wel bereikt.

Situatie B

Petra ontvangt slechts EUR 35.000,00. Toch voldoet GreenWave aan de voorwaarde.

Na aftrek van haar bezoldiging bedraagt het belastbare resultaat namelijk eveneens EUR 35.000,00. Haar bezoldiging is dus minstens gelijk aan het belastbare resultaat van de vennootschap.

Een loon van EUR 51.000,00 is dus niet in elke situatie noodzakelijk.

Nieuw: maximaal 20% forfaitaire voordelen alle aard

Vanaf aanslagjaar 2027 moet je niet alleen kijken naar de hoogte van de bedrijfsleidersbezoldiging.

Ook de samenstelling van het loonpakket wordt belangrijk.

De forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard mogen samen maximaal 20% bedragen van de totale belastbare bezoldigingen die de vennootschap aan haar bedrijfsleiders toekent.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • het privégebruik van een bedrijfswagen;
  • een woning die de vennootschap ter beschikking stelt;
  • een goedkope of renteloze lening;
  • bepaalde voordelen voor pc, smartphone of internet;
  • forfaitair gewaardeerde aandelenopties.

Voordelen die niet forfaitair worden gewaardeerd, worden voor deze 20%-grens anders behandeld. Zo behoren persoonlijke sociale bijdragen die door de vennootschap worden betaald niet tot de forfaitaire voordelen in de teller.

Een eenvoudig voorbeeld

Stel dat een vennootschap één bedrijfsleider heeft met een totale belastbare bezoldiging van EUR 51.000,00.

Daarvan bestaat:

  • EUR 8.000,00 uit het voordeel van een bedrijfswagen;
  • EUR 5.500,00 uit het voordeel voor een woning.
20%-grens overschreden

De forfaitaire voordelen bedragen samen EUR 13.500,00.

Dat is 26,47% van de totale bezoldiging.

De grens van 20% wordt dus overschreden.

Ook al bedraagt de totale bezoldiging EUR 51.000,00, toch kan de vennootschap hierdoor het recht op het verlaagde tarief verliezen.

Praktische grens

Bij een totale bezoldiging van EUR 51.000,00 mogen de forfaitaire voordelen maximaal EUR 10.200,00 bedragen om binnen de 20%-grens te blijven.

Meerdere bedrijfsleiders? Twee verschillende tests

Hier wordt het iets technischer.

Voor de minimumbezoldiging volstaat het nog altijd dat minstens één bedrijfsleider individueel aan de vereiste bezoldigingsvoorwaarde voldoet.

Je kan het minimumbedrag dus niet zomaar verdelen over twee bedrijfsleiders. Twee bedrijfsleiders elk EUR 25.500,00 toekennen, betekent niet automatisch dat de voorwaarde van EUR 51.000,00 vervuld is.

Voor de nieuwe 20%-grens werkt het anders.

Daar wordt gekeken naar alle bedrijfsleiders van de vennootschap samen. De forfaitaire voordelen van alle aard worden vergeleken met de totale belastbare bedrijfsleidersbezoldigingen op de fiches 281.20.

Belangrijk onderscheid

Je moet beide voorwaarden dus afzonderlijk controleren.

En wat met startende vennootschappen?

Voor kleine vennootschappen geldt tijdens de eerste vier belastbare tijdperken in principe geen minimumbezoldigingsvoorwaarde.

Een starter hoeft dus niet noodzakelijk EUR 51.000,00 aan één bedrijfsleider toe te kennen om van het verlaagde tarief te kunnen genieten.

De nieuwe 20%-regel staat daar echter los van.

Ook een startende vennootschap moet daarom opletten wanneer een groot gedeelte van de bedrijfsleidersbezoldiging bestaat uit forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard.

Wat gebeurt er als je niet aan de voorwaarden voldoet?

Voldoe je niet aan de bezoldigingsvoorwaarde of wordt de grens van 20% forfaitaire voordelen overschreden, dan kan je vennootschap het verlaagde tarief verliezen.

In plaats van 20% op de eerste EUR 100.000,00 belastbare winst geldt dan het normale tarief van 25%.

Maximale impact

Het maximale verschil bedraagt daardoor EUR 5.000,00 vennootschapsbelasting wanneer de belastbare winst minstens EUR 100.000,00 bedraagt.

Dat betekent echter niet dat je je bezoldiging automatisch moet verhogen.

Een hogere bezoldiging heeft ook gevolgen voor je personenbelasting, sociale bijdragen en privé- en vennootschapscashflow.

Voor wie wel, voor wie niet?

De regels zijn vooral relevant wanneer:

  • je een kleine vennootschap hebt;
  • je vennootschap niet langer onder de startersuitzondering valt;
  • je het verlaagde tarief van 20% wil behouden;
  • een belangrijk deel van je loonpakket uit voordelen alle aard bestaat.

Voor grote vennootschappen die sowieso aan het normale tarief van 25% worden belast, speelt de minimumbezoldiging niet op dezelfde manier.

Wat betekent dit concreet voor jou?

Controleer voortaan minstens drie zaken:

1
Verlaagd tarief

Komt je vennootschap in aanmerking voor het verlaagde tarief?

2
Minimumbezoldiging

Voldoe je aan de minimumbezoldiging van EUR 51.000,00 of aan de uitzondering op basis van het belastbare resultaat?

3
Voordelen alle aard

Blijven de forfaitaire voordelen alle aard onder 20% van de totale bedrijfsleidersbezoldigingen?

Zeker wanneer je loonpakket bestaat uit een relatief laag cashloon gecombineerd met een bedrijfswagen, woning of andere voordelen, is die laatste controle sinds 2026 belangrijk geworden.

Advies nodig?

Neem contact op met ons team

We denken graag mee.

Contact opnemen

Dit artikel is louter informatief en vormt geen fiscaal of juridisch advies. De exacte impact hangt af van je persoonlijke situatie. Raadpleeg steeds een adviseur.

Auteur: Justine D’Hollander

Ons standpunt

EUR 51.000,00 is geen bedrag waar elke bedrijfsleider koste wat het kost naartoe moet werken.

Het verlaagde tarief kan maximaal EUR 5.000,00 vennootschapsbelasting besparen. Een extra bezoldiging kan daartegenover bijkomende personenbelasting en sociale bijdragen veroorzaken.

Vanaf 2026 komt daar bovendien de 20%-grens voor forfaitaire voordelen alle aard bij.

De juiste vraag

Een goede verloningsstrategie vertrekt daarom niet alleen van de vraag: “Hoe haal ik de minimumbezoldiging?”

De betere vraag is: “Welke combinatie van loon, voordelen en andere uitkeringen past het best bij mijn vennootschap én mijn privésituatie?”

Bekijk die oefening best vóór het einde van het boekjaar. Dan is er nog ruimte om bij te sturen.

Benieuwd wat we voor je kunnen betekenen?