Wie vermogen wil schenken of nadenkt over wat er later mee gebeurt, krijgt al snel te maken met zowel juridische als fiscale regels. Wie krijgt wat? Hoeveel kan je zelf bepalen? En hoeveel belasting is uiteindelijk verschuldigd?
Erfrecht, schenkingsrecht, erfbelasting en schenkbelasting hangen nauw samen, maar zijn niet hetzelfde. In dit artikel leggen we de belangrijkste principes uit en bekijken we vooral de fiscale gevolgen in Vlaanderen.
Bij schenken en erven lopen twee vragen vaak door elkaar. Het burgerlijk recht bepaalt wat juridisch mogelijk is en wie welk vermogen verkrijgt. Het bepaalt bijvoorbeeld wie zonder testament van jou erft, welk deel van je vermogen je vrij kunt nalaten en welke rechten je kinderen of partner hebben. De fiscale regels bepalen vervolgens hoeveel belasting op die overdracht verschuldigd is.
| Juridisch | Fiscaal | |
|---|---|---|
| Schenken | Wat kan je schenken en onder welke voorwaarden? | Hoeveel schenkbelasting is verschuldigd? |
| Erven | Wie erft wat? | Hoeveel erfbelasting is verschuldigd? |
Dat onderscheid is belangrijk. Een fiscaal interessante oplossing is niet noodzakelijk juridisch of familiaal de meest geschikte oplossing. Vanuit onze rol als accountant kijken we in de eerste plaats naar de fiscale en financiële gevolgen. Maar een goede successieplanning begint breder: wat wil je bereiken en past de gekozen oplossing ook bij je familiale situatie?
Daarom bekijken we eerst wie juridisch recht heeft op je vermogen en wat je zelf kunt regelen. Daarna bekijken we wat een schenking of erfenis fiscaal kost.
Wie geen testament of andere specifieke regeling heeft, valt terug op het wettelijke erfrecht. De wet deelt bloedverwanten in verschillende orden in. Een hogere orde sluit in principe een lagere orde uit.
| Orde | Wie? |
|---|---|
| 1e orde | Kinderen, kleinkinderen en verdere afstammelingen |
| 2e orde | Ouders, samen met broers en zussen en hun afstammelingen |
| 3e orde | Ouders, grootouders en verdere bloedverwanten in opgaande lijn |
| 4e orde | Ooms, tantes, volle neven en nichten en verdere zijverwanten binnen de wettelijke grenzen |
De orde bepaalt dus eerst welke groep erfgenamen in aanmerking komt. Heb je bijvoorbeeld kinderen, dan komt de eerste orde aan bod. Je broers, zussen, ouders of verdere familieleden erven dan in principe niet op basis van hun familieband.
Heb je geen kinderen, dan kan de tweede orde in beeld komen. Je ouders kunnen dan samen met je broers en zussen, of met hun afstammelingen, erven. Het valt op dat ouders zowel in de tweede als in de derde orde voorkomen. Hun positie hangt af van welke andere familieleden er zijn. Zijn er geen kinderen, maar wel broers of zussen, dan zitten de ouders samen met hen in de tweede orde. Zijn er ook geen broers, zussen of afstammelingen van hen, dan kunnen de ouders in de derde orde erven, samen met eventueel grootouders of verdere voorouders.
Binnen eenzelfde orde speelt vervolgens ook de graad van verwantschap een rol. Die bepaalt hoe dicht iemand familiaal bij de overledene staat. Een ouder of kind is familie in de eerste graad. Een broer, zus, grootouder of kleinkind is familie in de tweede graad. Een oom, tante of een kind van je broer of zus (neef of nicht) bevindt zich in de derde graad. Een volle neef of nicht, het kind van een oom of tante, staat in de vierde graad.
De impact daarvan is dat een familielid in een dichtere graad binnen dezelfde orde in principe een familielid in een verdere graad uitsluit. Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel dat iemand overlijdt zonder kinderen, zonder ouders en zonder broers of zussen. Er zijn wel een grootouder en een overgrootouder langs dezelfde kant (vaders- of moederszijde) in leven. Beiden behoren tot de derde orde, maar de grootouder staat in een dichtere graad en komt daarom in principe eerst in aanmerking. In de derde orde wordt de nalatenschap wel eerst gesplitst tussen vaders- en moederszijde. Leeft de overgrootouder aan de andere kant, dan erven beiden in principe elk de helft.
Op deze regels bestaan uitzonderingen. Zo kan plaatsvervulling ervoor zorgen dat afstammelingen in de plaats komen van een familielid dat zelf niet meer kan of wil erven.
De langstlevende echtgenoot neemt binnen het erfrecht een bijzondere positie in en wordt niet simpelweg in één van deze vier orden geplaatst. De echtgenoot kan namelijk samen met de bloedverwanten uit een bepaalde orde erven.
Zijn er kinderen, dan erft de langstlevende echtgenoot volgens de wettelijke basisregeling het vruchtgebruik van de nalatenschap. De kinderen krijgen de blote eigendom.
Zijn er geen kinderen, maar wel andere erfgerechtigde familieleden, zoals ouders, broers of zussen, dan wordt het onderscheid tussen gemeenschappelijke en eigen goederen belangrijk. De langstlevende echtgenoot krijgt de gemeenschappelijke goederen in volle eigendom. Van de eigen goederen van de overledene krijgt de echtgenoot in principe het vruchtgebruik. De andere erfgenamen krijgen daarvan de blote eigendom.
Stel bijvoorbeeld dat je gehuwd bent zonder kinderen en je nog een appartement bezit dat tot je eigen vermogen behoort. Zijn bij je overlijden je broer en zus nog in leven, dan kan je echtgenoot het vruchtgebruik van dat appartement erven, terwijl je broer en zus de blote eigendom krijgen.
Zijn er geen kinderen en geen andere erfgerechtigde familieleden, dan erft de langstlevende echtgenoot de volledige nalatenschap in volle eigendom.
De aanwezigheid van een echtgenoot betekent dus niet dat de regels over orden en graden niet meer relevant zijn. Ze bepalen mee welke andere familieleden naast de echtgenoot kunnen erven en welke rechten zij op de eigen goederen van de overledene krijgen.
Een wettelijk samenwonende partner heeft eveneens een wettelijk erfrecht, maar dat is beperkter. Een feitelijk samenwonende partner erft niet automatisch. Wie precies wat erft, hangt dus sterk af van je familiale situatie en samenlevingsvorm. Daar gaan we uitgebreider op in in ons afzonderlijke artikel over huwen, wettelijk samenwonen en feitelijk samenwonen.
Ook met een testament kan je niet onbeperkt bepalen wat er met je vermogen gebeurt. Kinderen en de langstlevende echtgenoot zijn reservataire erfgenamen. Zij hebben een wettelijk beschermd minimum.
Kinderen hebben samen recht op minstens de helft van de nalatenschap. Heb je één kind, dan bedraagt diens reserve dus de helft. Heb je twee kinderen, dan hebben zij samen recht op de helft, in principe één vierde per kind. De andere helft is het beschikbare deel waarover je vrijer kunt beschikken.
Ook de langstlevende echtgenoot heeft een wettelijke minimumbescherming. Die bestaat uit het vruchtgebruik van minstens de helft van de nalatenschap, met daarnaast een bijzondere bescherming voor het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad.
Een wettelijk of feitelijk samenwonende partner is daarentegen geen reservataire erfgenaam.
Een testament laat toe om af te wijken van de wettelijke verdeling. Je kunt daarin bepalen wie bepaalde goederen of rechten uit je nalatenschap krijgt. Daarbij moet je wel rekening houden met de reserve van eventuele reservataire erfgenamen.
Wanneer een testament die reserve aantast, kunnen zij na het overlijden hun wettelijke minimum opeisen via een inkorting.
Stel dat je twee kinderen hebt en EUR 600.000,00 nalaat. Samen hebben zij recht op minstens EUR 300.000,00, of in principe EUR 150.000,00 per kind. Over de overige EUR 300.000,00 kan je in principe vrij beschikken. Je kunt dit bijvoorbeeld nalaten aan één kind, je echtgenoot, een andere partner, een vriend of een goed doel.
Ben je gehuwd, dan moet daarnaast ook rekening worden gehouden met de reserve van de langstlevende echtgenoot.
Niet alleen testamenten kunnen de rechten van reservataire erfgenamen beïnvloeden. Ook schenkingen tijdens het leven kunnen bij het overlijden opnieuw in rekening worden gebracht om te beoordelen of de wettelijke reserve werd gerespecteerd. Dat betekent niet dat de schenking automatisch wordt teruggenomen.
Of een schenking bijvoorbeeld een voorschot op erfdeel is of buiten erfdeel gebeurt, hangt af van de juridische vormgeving. Wie over verschillende jaren vermogen schenkt, houdt daarom best een duidelijk overzicht bij.
Naast schenkingen en testamenten bestaan nog andere technieken, zoals een huwelijkscontract of erfovereenkomst. Welke techniek geschikt is, hangt af van wat je wilt bereiken. Voor de concrete juridische uitwerking is een notaris of gespecialiseerd jurist de aangewezen adviseur.
De juridische regels bepalen dus wie wat krijgt. De volgende vraag is hoeveel belasting op die overdracht verschuldigd is. Voor de fiscaliteit maakt het onder meer verschil of je vermogen tijdens je leven schenkt of pas bij overlijden overdraagt, of het om roerend of onroerend vermogen gaat en aan wie het vermogen toekomt.
Een schenking betekent dat je tijdens je leven vermogen definitief overdraagt. Denk aan geld, beleggingen, aandelen van een vennootschap, vastgoed, kunst of andere waardevolle goederen.
Fiscaal is vooral het onderscheid tussen roerende en onroerende goederen belangrijk.
Geld, beleggingen en aandelen zijn voorbeelden van roerende goederen. Bij een geregistreerde roerende schenking gelden in Vlaanderen vlakke tarieven:
| Begiftigde | Tarief |
|---|---|
| Partner of rechte lijn | 3% |
| Andere personen | 7% |
Een geregistreerde schenking van EUR 100.000,00 van een ouder aan een kind leidt zo in principe tot EUR 3.000,00 schenkbelasting.
Een roerende schenking hoeft niet altijd geregistreerd te worden. Geld kan bijvoorbeeld via een bankgift worden geschonken. Bij een niet-geregistreerde bankgift is op het moment van de schenking geen schenkbelasting verschuldigd.
Daar staat een risico tegenover. Voor niet-geregistreerde roerende schenkingen vanaf 1 januari 2025 geldt in Vlaanderen een verdachte periode van vijf jaar. Overlijdt de schenker binnen die periode, dan kan de schenking alsnog in de erfbelasting terechtkomen.
Schenkt een vader bijvoorbeeld EUR 200.000,00 via een niet-geregistreerde bankgift aan zijn dochter en blijft hij minstens vijf jaar in leven, dan is op die schenking in principe geen Vlaamse schenk- of erfbelasting verschuldigd. Wordt de schenking wel geregistreerd, dan bedraagt de schenkbelasting in dit voorbeeld 3%, of EUR 6.000,00, en verdwijnt het risico van die vijfjarige periode.
Voor de schenking van vastgoed is een notariële akte nodig. De tarieven zijn progressief:
| Geschonken schijf | Rechte lijn & partners | Andere personen |
|---|---|---|
| EUR 0,01 – EUR 150.000,00 | 3% | 10% |
| EUR 150.000,01 – EUR 250.000,00 | 9% | 20% |
| EUR 250.000,01 – EUR 450.000,00 | 18% | 30% |
| Vanaf EUR 450.000,01 | 27% | 40% |
Bij verschillende onroerende schenkingen tussen dezelfde schenker en begiftigde binnen een periode van drie jaar kan bovendien het progressievoorbehoud spelen. Een eerdere schenking kan dan mee bepalen tegen welk tarief een volgende schenking wordt belast.
Een fiscaal voordeel is niet het enige waarmee je rekening moet houden. Wie schenkt, draagt vermogen over. Dat vermogen is daarna in principe niet langer van jou.
Daarom kunnen voorwaarden of lasten aan een schenking worden gekoppeld. Denk aan een beding van terugkeer wanneer de begiftigde vóór de schenker overlijdt.
Ook een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik komt regelmatig voor. De begiftigde krijgt dan de blote eigendom, terwijl de schenker bepaalde gebruiks- of inkomstenrechten behoudt. Bij een beleggingsportefeuille kan de schenker bijvoorbeeld het vruchtgebruik behouden en onder bepaalde voorwaarden de inkomsten blijven ontvangen.
Een voorbehoud van vruchtgebruik verlaagt de belastbare grondslag wel niet. In Vlaanderen wordt de schenkbelasting in principe berekend op de waarde van de volle eigendom. De juridische uitwerking van dergelijke clausules vraagt maatwerk.
Wat bij overlijden nog tot je nalatenschap behoort, kan aan erfbelasting worden onderworpen. De tarieven hangen onder meer af van de relatie met de overledene en de omvang van de erfenis.
| Nettoverkrijging | Rechte lijn & partners | Broers & zussen | Andere personen |
|---|---|---|---|
| EUR 0,01 – EUR 35.000,00 | 3% | 25% | 25% |
| EUR 35.000,01 – EUR 50.000,00 | 3% | 30% | 45% |
| EUR 50.000,01 – EUR 75.000,00 | 9% | 30% | 45% |
| EUR 75.000,01 – EUR 250.000,00 | 9% | 55% | 55% |
| Vanaf EUR 250.000,01 | 27% | 55% | 55% |
Bij partners en erfgenamen in rechte lijn worden de tarieven per erfgenaam en afzonderlijk op het roerende en onroerende vermogen toegepast. Voor broers en zussen en andere personen gelden andere berekeningsregels.
Een kind dat EUR 50.000,00 spaargeld en EUR 150.000,00 vastgoed erft, betaalt daardoor EUR 1.500,00 op het roerende gedeelte en EUR 10.500,00 op het vastgoed. In totaal bedraagt de erfbelasting EUR 12.000,00. De samenstelling van je vermogen kan dus mee bepalen hoeveel erfbelasting uiteindelijk verschuldigd is.
Voor partners bestaan bijkomende fiscale voordelen. Zo is de gezinswoning onder voorwaarden vrijgesteld van erfbelasting voor de langstlevende partner. Sinds 1 januari 2026 is bovendien de eerste EUR 75.000,00 van het netto roerend erfdeel van de langstlevende partner vrijgesteld van Vlaamse erfbelasting.
Voor bepaalde fiscale voordelen kunnen ook feitelijk samenwonenden als partner worden beschouwd. Daarvoor gelden specifieke voorwaarden en termijnen. Dat illustreert opnieuw het verschil tussen recht en fiscaliteit: fiscaal als partner worden beschouwd betekent niet automatisch dat je ook van elkaar erft of reservatair beschermd bent.
Sinds 2026 bestaat daarnaast een specifieke singlevermindering. Onder bepaalde voorwaarden kan iemand zonder partner en zonder afstammelingen via testament maximaal EUR 100.000,00 aanduiden waarop verlaagde tarieven gelden. Op de eerste EUR 50.000,00 bedraagt het tarief 3% en op de volgende EUR 50.000,00 9%.
Puur fiscaal kan schenken in bepaalde situaties voordeliger zijn dan vermogen later te laten vererven, maar dat is geen algemene regel.
Bij roerend vermogen is het verschil vaak het duidelijkst. Een geregistreerde schenking aan een kind wordt bijvoorbeeld belast tegen 3%, terwijl de erfbelasting in rechte lijn progressief kan oplopen tot 27%. Een niet-geregistreerde bankgift kan zonder schenkbelasting gebeuren, maar brengt gedurende vijf jaar een overlijdensrisico mee.
Bij vastgoed ligt de vergelijking anders. Zowel de schenkbelasting als de erfbelasting werkt met progressieve tarieven. Bovendien moet rekening worden gehouden met de waarde van het vastgoed, eventuele andere goederen in de nalatenschap en de concrete familiale situatie.
Ook de persoon aan wie je vermogen wilt overdragen speelt een grote rol. De tarieven bij een erfenis aan een broer, zus of andere persoon kunnen aanzienlijk hoger liggen dan bij een schenking. Maar ook daar moet de volledige situatie worden bekeken.
De fiscale vergelijking is bovendien maar één deel van de beslissing. Wie vandaag EUR 300.000,00 aan beleggingen schenkt, kan mogelijk toekomstige erfbelasting beperken, maar beschikt daarna niet meer vrij over dat vermogen. Misschien heb je het zelf nog nodig als aanvulling op je pensioen of wil je de controle behouden.
De juiste vraag is daarom niet alleen “wat kost schenken tegenover erven?”, maar ook: “welk vermogen kan ik vandaag missen, welke controle wil ik behouden en hoe kan ik de gewenste overdracht vervolgens fiscaal efficiënt organiseren?”
Voor een ondernemer bestaat het vermogen vaak niet alleen uit vastgoed, spaargeld en beleggingen. Een aanzienlijk deel kan in de aandelen van de vennootschap zitten.
Dan gaat successieplanning ook over de continuïteit van de onderneming. Wie krijgt de aandelen? Zijn alle kinderen actief in het bedrijf? Wie behoudt de controle? En hoe wordt de waarde bepaald?
Voor bepaalde familiale ondernemingen en vennootschappen bestaat in Vlaanderen een gunstregeling. Onder voorwaarden kan een kwalificerende familiale onderneming of vennootschap worden geschonken met vrijstelling van schenkbelasting. Bij vererving kan een verlaagd tarief van 3% in rechte lijn en tussen partners of 7% voor andere personen gelden.
Sinds 1 januari 2026 wordt residentieel vastgoed daarbij in principe uitgesloten van het gunstregime. Bij familiale vennootschappen moet daarom onder meer worden bepaald welk deel van de waarde van de aandelen door dergelijk vastgoed wordt vertegenwoordigd. Voor die waardering is sinds 2026 een verslag van een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant vereist.
Voor bedrijfsleiders is het daarom zinvol om dit te bekijken vóór een overdracht concreet wordt.
Successieplanning wordt soms herleid tot één actie: een bankgift doen, een appartement schenken of een testament opstellen.
Een goede analyse begint breder. Breng eerst in kaart:
Pas daarna kan je beoordelen wat er vandaag bij een overlijden zou gebeuren, of dat overeenkomt met wat je wilt en of er aanleiding is om iets te wijzigen.
Successieplanning wordt vooral relevant wanneer je een groter vermogen hebt opgebouwd of je familiale of financiële situatie complexer wordt.
Denk aan ondernemers met aandelen in een vennootschap, gezinnen met meerdere onroerende goederen, nieuw samengestelde gezinnen of personen die al belangrijke schenkingen hebben gedaan. Ook wanneer je vermogen grotendeels bij één partner zit of je iemand wilt bevoordelen die volgens het wettelijke erfrecht weinig of niets zou krijgen, is het nuttig om vooraf te bekijken wat er gebeurt.
Maar ook zonder complexe situatie is één eenvoudige vraag waardevol: wie krijgt vandaag wat als ik overlijd, en is dat ook wat ik wil?
Successieplanning betekent niet dat je zo snel mogelijk zoveel mogelijk vermogen moet wegschenken. Een goede planning houdt rekening met fiscaliteit, maar ook met controle, financiële zekerheid, familiale verhoudingen en de toekomst van een eventuele onderneming.
Vanuit onze rol brengen we vooral de fiscale en financiële gevolgen in kaart. Bij ondernemers kijken we daarbij ook naar de vennootschap, de waarde van de aandelen en de mogelijke impact van een overdracht.
Voor de juridische uitwerking van een testament, schenking, erfovereenkomst of andere regeling stemmen fiscaliteit en juridisch advies best op elkaar af.
We denken graag mee.
Dit artikel is louter informatief en vormt geen fiscaal of juridisch advies. De exacte impact hangt af van je persoonlijke situatie. Raadpleeg steeds een adviseur.
Auteur: Justine D’Hollander
Een goede successieplanning draait niet alleen om belastingen besparen, maar ook om financiële zekerheid, controle over je vermogen en de bescherming van je naasten. Daarom bekijken we de fiscale en financiële gevolgen altijd binnen je volledige situatie, met bijzondere aandacht voor de toekomst van je onderneming.