Huwen, wettelijk of feitelijk samenwonen?

ChatGPT afbeelding 26 okt 2026 15 20 07 2 | Polar

Inhoudsopgave

Huwen, wettelijk of feitelijk samenwonen?

In het dagelijkse leven lijkt het verschil tussen huwen, wettelijk samenwonen en feitelijk samenwonen soms beperkt, maar fiscaal en juridisch zijn de gevolgen niet dezelfde. Vooral bij een overlijden, een schenking, de aankoop van een woning of een relatiebreuk kan de gekozen samenlevingsvorm een groot verschil maken.

Welke samenlevingsvorm het meest passend is, hangt af van je persoonlijke, familiale en financiële situatie.

In dit artikel focussen we in de eerste plaats op de fiscale verschillen tussen de drie samenlevingsvormen. Omdat die niet losstaan van het juridische kader, lichten we ook de belangrijkste basisprincipes rond erfrecht, schenkingen en successieplanning toe. Zo krijg je een duidelijk beeld van de voornaamste aandachtspunten.

Voor een concrete juridische uitwerking, bijvoorbeeld via een huwelijkscontract, testament of specifieke clausules, is een notaris of gespecialiseerd jurist de aangewezen adviseur.

Voor erf- en schenkbelasting vertrekken we vanuit de regels die gelden in Vlaanderen.

Drie vormen, drie verschillende vertrekpunten

Wie feitelijk samenwoont, hoeft daarvoor niets formeel te regelen. Fiscaal blijven beide partners in de personenbelasting in principe aparte belastingplichtigen. Ook juridisch ontstaat er weinig automatische bescherming tussen beide partners.

Bij wettelijke samenwoning leg je een verklaring af bij de gemeente. Daardoor ontstaat een wettelijk kader, onder meer rond de gezinswoning en de gezinslasten. Ook fiscaal word je voor de personenbelasting grotendeels gelijkgesteld met gehuwden.

Een huwelijk gaat verder. Naast de fiscale gevolgen ontstaat ook een volledig huwelijksvermogensrechtelijk kader. Welk vermogen van wie is, hangt onder meer af van het gekozen huwelijksstelsel en een eventueel huwelijkscontract. Huwen betekent dus niet automatisch dat alle bezittingen gemeenschappelijk worden.

Wat is het verschil tussen het wettelijk stelsel en scheiding van goederen?

Wie huwt zonder huwelijkscontract, valt automatisch onder het wettelijk stelsel. Dat betekent niet dat vanaf de trouwdag alles van beide partners samen is.

Wat je al bezat vóór het huwelijk, blijft in principe van jou. Ook goederen die je tijdens het huwelijk persoonlijk erft of geschonken krijgt, blijven in principe eigen vermogen.

Wat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd uit inkomsten, komt daarentegen doorgaans in het gemeenschappelijk vermogen terecht. Denk bijvoorbeeld aan lonen, beroepsinkomsten en huurinkomsten. Ook goederen die samen worden aangekocht, zoals een gezinswoning, kunnen tot het gemeenschappelijk vermogen behoren.

Een eenvoudig voorbeeld

Sarah bezit vóór het huwelijk al een appartement. Dat appartement blijft in principe haar eigen vermogen. Tijdens het huwelijk verdienen Sarah en Tom ieder een loon. Die beroepsinkomsten behoren onder het wettelijk stelsel tot het gemeenschappelijk vermogen, ook wanneer ze op afzonderlijke bankrekeningen worden gestort.

Bij een scheiding van goederen is er in principe geen gemeenschappelijk vermogen. Iedere echtgenoot behoudt zijn of haar eigen vermogen, inkomsten en schulden. Wat één partner verdient of op eigen naam aankoopt, blijft dus in principe van die partner.

Partners kunnen uiteraard nog altijd samen iets kopen. Kopen ze bijvoorbeeld samen een woning, dan zijn ze allebei eigenaar volgens de afgesproken verhouding, bijvoorbeeld ieder voor 50%. Juridisch behoort die woning dan niet tot een gemeenschappelijk huwelijksvermogen, maar bezitten ze ze samen in mede-eigendom.

Wettelijk stelsel Scheiding van goederen
Bezittingen van vóór het huwelijk Blijven in principe eigen Blijven eigen
Erfenissen en persoonlijke schenkingen Blijven in principe eigen Blijven eigen
Beroepsinkomsten tijdens het huwelijk In principe gemeenschappelijk Blijven eigen
Opgebouwd spaargeld uit beroepsinkomsten In principe gemeenschappelijk Blijft in principe eigen
Samen aangekochte woning Kan tot het gemeenschappelijk vermogen behoren Mede-eigendom volgens de eigendomsverhouding
Gemeenschappelijk vermogen Ja In principe neen

Voor ondernemers kan een scheiding van goederen relevant zijn omdat de vermogens van beide echtgenoten duidelijker van elkaar gescheiden blijven. Dat kan helpen om het vermogen van de andere partner beter af te schermen van bepaalde professionele schulden.

Daar staat tegenover dat ook het vermogen dat één partner tijdens het huwelijk opbouwt in principe van die partner blijft. Wanneer één partner bijvoorbeeld veel meer verdient of tijdelijk minder werkt om voor de kinderen te zorgen, kan dat bij een relatiebreuk tot een grotere vermogensongelijkheid leiden.

Daarom kunnen in een huwelijkscontract bijkomende afspraken worden opgenomen om bepaalde onevenwichten op te vangen.

Belangrijk: scheiding van goederen verandert niets aan het feit dat je gehuwd bent. Het wettelijke erfrecht van de langstlevende echtgenoot blijft dus in principe bestaan. Het huwelijksvermogensstelsel bepaalt vooral welke goederen van wie zijn en daardoor ook welke goederen bij een overlijden in de nalatenschap terechtkomen.

Feitelijk samenwonen Wettelijk samenwonen Huwen
Personenbelasting Afzonderlijk Gelijkgesteld met gehuwden Gezamenlijke fiscale regeling
Automatisch erfrecht Neen Beperkt Uitgebreider
Bescherming gezinswoning Beperkt Ja Ja
Huwelijksvermogensstelsel Neen Neen Ja
Zelf planning voorzien? Vaak noodzakelijk Regelmatig nuttig Kan nog steeds belangrijk zijn

Personenbelasting: het verschil wordt kleiner

Feitelijk samenwonenden worden voor de personenbelasting als afzonderlijke belastingplichtigen behandeld. Ze dienen elk hun eigen aangifte in en worden afzonderlijk belast.

Gehuwden en wettelijk samenwonenden worden fiscaal op dezelfde manier behandeld. In het jaar van het huwelijk of de verklaring van wettelijke samenwoning gebeurt de belastingheffing in principe nog afzonderlijk. Vanaf het daaropvolgende jaar volgt normaal één gezamenlijke aangifte, al blijft de belastingberekening grotendeels geïndividualiseerd.

Het huwelijksquotiënt

Een belangrijk verschil is het huwelijksquotiënt. Wanneer één partner geen of slechts een beperkt beroepsinkomen heeft, kan een deel van het beroepsinkomen van de andere partner fiscaal aan hem of haar worden toegerekend. Dat kan de totale personenbelasting verlagen. Feitelijk samenwonenden kunnen daarvan geen gebruikmaken.

Het belang van dit voordeel wordt wel kleiner. Vanaf aanslagjaar 2027 wordt het maximale huwelijksquotiënt geleidelijk afgebouwd. Voor niet-gepensioneerde koppels wordt het maximumbedrag tegen aanslagjaar 2030 gehalveerd. Voor oudere koppels geldt een veel langere uitdoofregeling. Daarnaast kan in het jaar van het huwelijk of de verklaring van wettelijke samenwoning onder bepaalde voorwaarden nog een verhoging van de belastingvrije som spelen wanneer de andere partner weinig bestaansmiddelen heeft.

Praktisch betekent dit dat de personenbelasting op zichzelf steeds minder een doorslaggevend argument vormt om voor een bepaalde samenlevingsvorm te kiezen. De verschillen rond vermogen, overlijden en bescherming van de partner zijn doorgaans fundamenteler.

Bij een overlijden: eerst erfrecht, daarna erfbelasting

Bij een overlijden worden twee begrippen vaak door elkaar gehaald: erfrecht en erfbelasting.

Vraag Erfrecht Erfbelasting
Waarover gaat het? Wie erft en welk deel? Hoeveel belasting is verschuldigd?
Wanneer speelt het? Eerst Nadat bepaald is wie wat verkrijgt
Waarom belangrijk? Bepaalt wat juridisch naar de partner of kinderen gaat Bepaalt hoe die verkrijging fiscaal wordt behandeld

Dat onderscheid is belangrijk. Dat iemand voor de Vlaamse erfbelasting als partner wordt beschouwd, betekent namelijk niet automatisch dat die persoon ook juridisch van jou erft. We bekijken daarom eerst wat de drie samenlevingsvormen betekenen voor het erfrecht. Daarna komt de fiscale behandeling aan bod.

Wat erft je partner automatisch?

Feitelijk samenwonen

Een feitelijk samenwonende partner heeft geen automatisch wettelijk erfrecht. Zonder testament of een andere regeling erft je partner dus niet automatisch van jouw vermogen. Dat kan vooral belangrijk worden wanneer één partner eigenaar is van een groot deel van het gezamenlijke vermogen of wanneer jullie samen een woning bezitten.

Een concreet voorbeeld

Tom en Sarah wonen al vijf jaar feitelijk samen. Ze kochten samen een woning, ieder voor de helft, en hebben twee kinderen. Tom overlijdt zonder testament.

Sarah behoudt uiteraard haar eigen helft van de woning. Maar zij erft Toms helft niet automatisch. De wettelijke erfgenamen van Tom komen daarvoor in beeld.

Dat Tom en Sarah al vijf jaar samenwonen, verandert op zichzelf niets aan het ontbreken van automatisch erfrecht voor Sarah. Het kan er wel voor zorgen dat Sarah voor de erfbelasting als partner wordt behandeld als zij via een testament of een andere regeling toch iets uit Toms nalatenschap verkrijgt.

Bij feitelijke samenwoning is het daarom belangrijk om tijdig stil te staan bij de gewenste bescherming van de partner.

Wettelijk samenwonen

Een wettelijk samenwonende partner heeft wel een automatisch, maar beperkt erfrecht. Dat wettelijk erfrecht bestaat in principe uit het vruchtgebruik van de gezinswoning en de aanwezige huisraad. Spaargeld, beleggingen, een tweede woning of aandelen van een vennootschap vallen dus niet automatisch onder dat erfrecht.

Een wettelijk samenwonende partner is bovendien geen reservataire erfgenaam. Het wettelijke erfrecht kan daardoor onder meer via een testament worden uitgebreid of beperkt.

Huwen

Bij gehuwden is het wettelijke erfrecht van de langstlevende partner uitgebreider. Zijn er kinderen, dan erft de langstlevende echtgenoot volgens de wettelijke basisregeling het vruchtgebruik van de nalatenschap. De kinderen verkrijgen de blote eigendom.

Dat betekent bijvoorbeeld dat de langstlevende echtgenoot een woning kan blijven gebruiken of verhuren en inkomsten uit bepaalde goederen kan blijven ontvangen, terwijl de kinderen al de blote eigendom bezitten.

Zijn er geen kinderen, dan ligt de verdeling anders. De langstlevende echtgenoot kan gemeenschappelijke goederen in volle eigendom verkrijgen, terwijl eigen goederen van de overleden partner in bepaalde situaties in vruchtgebruik naar de langstlevende gaan en de blote eigendom bij andere erfgenamen terechtkomt. Wanneer er geen andere erfgenamen zijn die volgens de wettelijke regels in aanmerking komen, kan de langstlevende echtgenoot de volledige nalatenschap erven.

De concrete uitkomst hangt dus onder meer af van de familiale situatie en het huwelijksvermogensstelsel. Een wettelijk stelsel, scheiding van goederen en bepaalde clausules in een huwelijkscontract kunnen tot verschillende resultaten leiden.

Wie zijn de reservataire erfgenamen?

Niet iedereen kan volledig vrij bepalen wat er met zijn vermogen gebeurt na overlijden. Bepaalde erfgenamen zijn reservataire erfgenamen. Zij hebben wettelijk recht op een minimumdeel van de nalatenschap.

De belangrijkste reservataire erfgenamen zijn de kinderen en de langstlevende echtgenoot.

Kinderen hebben samen recht op minstens de helft van de nalatenschap van hun ouder. Het aantal kinderen verandert de totale reserve niet:

  • bij één kind heeft dat kind recht op minstens de helft;
  • bij twee kinderen heeft ieder minstens recht op één vierde;
  • bij drie kinderen heeft ieder minstens recht op één zesde.

De andere helft is in principe het beschikbare deel waarover vrijer kan worden beschikt.

Ook de langstlevende echtgenoot heeft een wettelijke minimumbescherming. Die bestaat in principe uit minstens het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap, met een bijzondere bescherming voor de gezinswoning en de huisraad. Een wettelijk of feitelijk samenwonende partner is daarentegen geen reservataire erfgenaam.

Wat kan je regelen met een testament?

Een testament laat toe om tijdens je leven te bepalen wat er na je overlijden met je vermogen of een deel ervan moet gebeuren. Dat is vooral relevant wanneer de wettelijke verdeling niet volledig aansluit bij wat je zelf wilt.

Voor feitelijk samenwonenden kan een testament bijvoorbeeld belangrijk zijn omdat zij zonder bijkomende regeling niet automatisch van elkaar erven. Ook voor wettelijk samenwonenden kan een testament nuttig zijn. Hun wettelijke erfrecht is beperkt, waardoor je bijvoorbeeld bijkomende vermogensbestanddelen aan je partner kunt nalaten. Bij gehuwden kan een testament eveneens deel uitmaken van een bredere successieplanning.

Een testament geeft echter geen onbeperkte vrijheid. De wettelijke reserve van kinderen en de langstlevende echtgenoot moet worden gerespecteerd. Een testament is bovendien herroepbaar. Je kunt je regeling later dus aanpassen wanneer je familiale of financiële situatie verandert.

De gezinswoning: een belangrijk verschil tussen de drie vormen

De gezinswoning verdient bijzondere aandacht omdat ze voor veel koppels het belangrijkste onderdeel van hun privévermogen vormt.

Bij feitelijke samenwoning bestaat geen automatisch erfrecht op de woning. Zijn beide partners eigenaar, dan behoudt de langstlevende uiteraard zijn of haar eigen eigendomsdeel. Wat met het aandeel van de overleden partner gebeurt, hangt af van het gewone erfrecht en eventuele bijkomende regelingen.

Bij wettelijke samenwoning erft de langstlevende partner in principe automatisch het vruchtgebruik van de gezinswoning en huisraad.

Bij gehuwden maakt de woning deel uit van het ruimere huwelijksvermogens- en erfrechtelijke kader. De langstlevende echtgenoot geniet bovendien een bijzondere wettelijke bescherming van de gezinswoning.

Wie samen een woning koopt, doet er daarom goed aan niet alleen te kijken naar wie welk percentage financiert. Ook de eigendomsverhouding, samenlevingsvorm en gewenste bescherming bij overlijden spelen mee.

En hoe zit het dan met de erfbelasting?

Pas nadat duidelijk is wie juridisch iets verkrijgt, komt de erfbelasting in beeld. Voor de Vlaamse erfbelasting is het verschil tussen de drie samenlevingsvormen genuanceerder dan bij het erfrecht.

Wanneer word je voor de erfbelasting als partner beschouwd?

Gehuwden worden als partners beschouwd wanneer zij op de dag van het overlijden gehuwd zijn. Ook wettelijk samenwonenden worden onmiddellijk als partners beschouwd wanneer zij op dat moment wettelijk samenwonen.

Feitelijk samenwonenden kunnen eveneens als partners worden beschouwd. Zij moeten op de dag van het overlijden minstens één jaar ononderbroken samenwonen én een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Wanneer aan die voorwaarden is voldaan, kunnen feitelijk samenwonenden dezelfde algemene partnertarieven van 3%, 9% en 27% genieten. Die fiscale gelijkstelling creëert echter geen erfrecht. Ze bepaalt enkel hoe hetgeen de feitelijk samenwonende partner effectief erft fiscaal wordt behandeld.

Vrijstelling voor de gezinswoning

Voor bepaalde voordelen geldt voor feitelijk samenwonenden een langere termijn. Om de Vlaamse vrijstelling van erfbelasting voor de gezinswoning te kunnen genieten, moeten feitelijk samenwonenden minstens drie jaar ononderbroken samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Voor gehuwden en wettelijk samenwonenden geldt die wachttijd niet.

EUR 75.000,00 roerende goederen vrijgesteld

Sinds 1 januari 2026 is de eerste EUR 75.000,00 van het netto roerend erfdeel van de langstlevende partner vrijgesteld van Vlaamse erfbelasting. Daaronder kunnen bijvoorbeeld geld en beleggingen vallen.

Voor deze regeling wordt onder partner verstaan:

  • de echtgenoot op de dag van het overlijden;
  • de persoon die op de dag van het overlijden wettelijk samenwoont met de overledene;
  • de feitelijk samenwonende partner die minstens één jaar ononderbroken samenwoonde en een gemeenschappelijke huishouding voerde.

Voor feitelijk samenwonenden geldt hier dus dezelfde termijn van één jaar als voor het gewone partnertarief.

Ook bij schenken speelt je samenlevingsvorm een rol

Successieplanning gebeurt niet alleen bij overlijden. Ook tijdens het leven kunnen partners vermogen aan elkaar schenken.

Voor de Vlaamse schenkbelasting worden gehuwden en wettelijk samenwonenden onmiddellijk als partners beschouwd. Feitelijk samenwonenden krijgen het partnertarief wanneer zij op het moment van de schenking al minstens één jaar onafgebroken samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Schenking van roerende goederen

Voor een geregistreerde schenking van roerende goederen bedraagt de Vlaamse schenkbelasting tussen partners 3%. Dat kan bijvoorbeeld gaan om geld of aandelen.

Een feitelijk samenwonend koppel dat nog geen jaar aan de voorwaarden voldoet, valt voor een schenking tussen beide partners nog niet onder die partnerregeling.

Schenking van onroerende goederen

Voor onroerende goederen gelden tussen partners progressieve tarieven:

Waarde van de geschonken schijf Tarief
EUR 0,01 – EUR 150.000,00 3%
EUR 150.000,01 – EUR 250.000,00 9%
EUR 250.000,01 – EUR 450.000,00 18%
Vanaf EUR 450.000,01 27%

De fiscale kost van een schenking hangt dus niet alleen af van de samenlevingsvorm, maar ook van het soort vermogen dat wordt geschonken.

Een bankgift is niet hetzelfde als een geregistreerde schenking

Geld kan ook via een niet-geregistreerde bankgift worden geschonken. Dan is er op het moment van de schenking geen schenkbelasting verschuldigd.

Sinds 1 januari 2025 geldt in Vlaanderen voor nieuwe niet-geregistreerde schenkingen echter een verdachte periode van vijf jaar. Overlijdt de schenker binnen die periode, dan kan de schenking alsnog in de erfbelasting terechtkomen. Een geregistreerde roerende schenking aan een fiscale partner tegen 3% kan daarom in bepaalde situaties meer zekerheid bieden.

Dat betekent niet dat registreren altijd de aangewezen keuze is. De concrete situatie, het vermogen en de wensen van de schenker spelen mee. Welke schenkingsvorm juridisch het meest geschikt is en welke voorwaarden eraan worden gekoppeld, vraagt daarom om een bredere analyse dan alleen de fiscaliteit.

De belangrijkste termijnen op een rij

Nu ook de schenking is toegelicht, kunnen we de verschillende termijnen samenbrengen:

Situatie Termijn
Feitelijk samenwonend en partnertarief in de erfbelasting Minstens 1 jaar
Feitelijk samenwonend en vrijstelling gezinswoning Minstens 3 jaar
Niet-geregistreerde schenking vanaf 1 januari 2025 Verdachte periode van 5 jaar

Wat verandert er wanneer er kinderen zijn?

Zodra er kinderen zijn, wordt het nog belangrijker om erfrecht en successieplanning samen te bekijken. Zoals hierboven toegelicht, zijn kinderen reservataire erfgenamen. Een deel van de nalatenschap is dus wettelijk voor hen beschermd.

Tegelijk kan je ook je partner willen beschermen. Hoe dat gebeurt, hangt sterk af van de gekozen samenlevingsvorm. Bij feitelijk samenwonenden is er geen automatisch erfrecht voor de partner. Bij wettelijk samenwonenden is er een beperkt automatisch erfrecht. Bij gehuwden is het wettelijke erfrecht van de langstlevende ruimer.

De uitdaging bestaat er dus niet alleen in te bepalen wie hoeveel erft, maar ook welke rechten de partner en de kinderen op hetzelfde vermogen krijgen. Bij gehuwden met kinderen ontstaat volgens de wettelijke basisregeling bijvoorbeeld vaak een opsplitsing tussen vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot en blote eigendom voor de kinderen.

Hoe je de belangen van de partner en de kinderen verder met elkaar verzoent, is maatwerk.

Nieuw samengestelde gezinnen vragen extra aandacht

Hebben één of beide partners kinderen uit een vorige relatie, dan wordt het juridische plaatje snel complexer. Een stiefkind is bijvoorbeeld niet automatisch een wettelijke erfgenaam van zijn of haar stiefouder.

Ook kan vermogen dat eerst bij de langstlevende partner terechtkomt later via diens nalatenschap naar diens eigen kinderen gaan. Stel bijvoorbeeld dat beide partners kinderen uit een vorige relatie hebben. Wanneer vermogen eerst volledig naar de langstlevende partner gaat, kan de uiteindelijke verdeling na het tweede overlijden er heel anders uitzien dan beide partners oorspronkelijk voor ogen hadden.

Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar het is belangrijk om vooraf te weten of dat overeenkomt met wat beide partners willen.

Voor nieuw samengestelde gezinnen is daarom vaak bijkomend juridisch advies aangewezen. Een notaris of gespecialiseerd jurist kan bekijken hoe een testament, huwelijkscontract of andere regeling aansluit bij de familiale situatie.

En wat als je uit elkaar gaat?

Niet alleen bij overlijden, maar ook bij een relatiebreuk verschillen de gevolgen van de drie samenlevingsvormen.

Alimentatie tussen ex-partners

Bij een echtscheiding kan onder bepaalde voorwaarden een onderhoudsbijdrage of alimentatie tussen ex-echtgenoten verschuldigd zijn.

Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming kunnen echtgenoten hierover zelf afspraken maken. Bij een echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting kan een rechter onder bepaalde voorwaarden een onderhoudsbijdrage opleggen aan een behoeftige ex-echtgenoot.

Bij het beëindigen van een wettelijke of feitelijke samenwoning bestaat daarentegen geen algemene wettelijke verplichting om na de relatiebreuk alimentatie aan de ex-partner te betalen. Partners kunnen hierover wel zelf bepaalde afspraken hebben gemaakt.

Dit moet worden onderscheiden van onderhoudsbijdragen voor kinderen. Ouders moeten ongeacht hun samenlevingsvorm bijdragen in de kosten voor hun kinderen.

Wat is het verdeelrecht?

Ook het verdelen van gezamenlijk vastgoed kan fiscale gevolgen hebben. Het verdeelrecht is een Vlaamse registratiebelasting die onder meer speelt wanneer mede-eigenaars een onroerend goed verdelen.

Een typisch voorbeeld is een koppel dat samen eigenaar is van een woning en uit elkaar gaat. Als één partner de woning volledig overneemt en de andere partner uitkoopt, wordt de bestaande mede-eigendom beëindigd. Op die verdeling kan verdeelrecht verschuldigd zijn.

Het gewone Vlaamse tarief bedraagt 2,5%. Wanneer de verdeling de onverdeeldheid volledig beëindigt en één persoon alleen eigenaar wordt, wordt het verdeelrecht in principe berekend op de totale waarde van het betrokken onroerend goed.

Voorbeeld

Stel bijvoorbeeld dat een woning een waarde heeft van EUR 400.000,00 en beide partners ieder voor de helft eigenaar zijn. Eén partner neemt na de relatiebreuk de volledige woning over. Aan het gewone tarief van 2,5% bedraagt het verdeelrecht dan EUR 10.000,00.

Voor ex-echtgenoten kan onder de voorwaarden een verlaagd tarief van 1% worden toegepast. Dat verlaagde tarief kan ook gelden voor ex-wettelijk samenwonenden wanneer de verdeling binnen drie jaar na de beëindiging van de wettelijke samenwoning gebeurt én zij op het moment van die beëindiging minstens één jaar onafgebroken wettelijk samenwoonden.

In hetzelfde voorbeeld zou het verdeelrecht voor ex-echtgenoten of ex-wettelijk samenwonenden aan 1% EUR 4.000,00 bedragen in plaats van EUR 10.000,00. Feitelijk samenwonenden kunnen niet van dit verlaagde tarief genieten.

Successieplanning begint met de juiste vragen

Je hoeft als koppel niet zelf alle juridische mogelijkheden te kennen. Wel is het nuttig om te weten welke vragen relevant zijn. Dat helpt om te beoordelen of de wettelijke regeling voldoende aansluit bij wat jullie zelf willen.

Vijf vragen om bij stil te staan

1
Wie bezit vandaag wat?

Wie is eigenaar van de woning, spaargelden, beleggingen en andere belangrijke vermogensbestanddelen?

2
Wat gebeurt er automatisch bij een overlijden?

Erft de partner automatisch iets, en zo ja: wat precies?

3
Zijn er kinderen?

Welke rechten hebben zij en hoe verhouden die zich tot de gewenste bescherming van de partner?

4
Is er vermogen waarvoor afzonderlijke planning nuttig kan zijn?

Denk aan beleggingen, meerdere onroerende goederen of aandelen van een vennootschap.

5
Sluit het wettelijke resultaat aan bij wat jullie zelf willen?

Als dat niet zo is, kan bijkomende juridische of successieplanning nodig zijn.

Die oefening geeft vaak al een goed eerste beeld.

Voor ondernemers komt er nog een dimensie bij

Voor ondernemers kan een aanzienlijk deel van het vermogen bestaan uit aandelen van een vennootschap. Daardoor gaat successieplanning niet alleen over de privéwoning, spaargelden of beleggingen. Ook de toekomst van de onderneming kan een rol spelen.

Voor bepaalde familiale ondernemingen en vennootschappen bestaan in Vlaanderen specifieke gunstregelingen voor schenking en vererving. Die regels werden vanaf 2026 aangepast, onder meer voor residentieel vastgoed in de vennootschap.

De overdracht van aandelen kan daardoor een belangrijke fiscale component hebben binnen een bredere successieplanning. Vanuit onze rol kijken we daarbij in eerste instantie naar de fiscale impact. Voor de concrete juridische structuur werken fiscaliteit en juridisch advies best naast elkaar.

Voor wie verdient dit extra aandacht?

Niet ieder koppel heeft onmiddellijk nood aan uitgebreide successieplanning. De verschillen worden vooral belangrijk zodra er meer vermogen of meer familiale belangen zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • koppels met kinderen;
  • nieuw samengestelde gezinnen;
  • koppels met een gezamenlijke woning;
  • een groot verschil in inkomen of vermogen;
  • beleggingen, meerdere onroerende goederen of aandelen van een vennootschap.

Voor een jong koppel met vergelijkbare inkomens en weinig vermogen kan het fiscale verschil vandaag beperkt zijn. Naarmate er een woning wordt gekocht, kinderen komen of vermogen wordt opgebouwd, worden de gevolgen van de gekozen samenlevingsvorm meestal belangrijker.

Dat betekent niet dat één vorm automatisch beter wordt. Wel neemt het belang toe om te begrijpen wat de juridische en fiscale gevolgen van de bestaande situatie zijn.

Ons standpunt

Wij zouden de keuze tussen huwen, wettelijk samenwonen en feitelijk samenwonen niet maken op basis van één fiscaal voordeel.

Het huwelijksquotiënt kan vandaag bijvoorbeeld nog een verschil maken wanneer één partner weinig inkomen heeft, maar dat voordeel wordt de komende jaren afgebouwd.

Belangrijker is dat je begrijpt welk vertrekpunt elke samenlevingsvorm creëert.

Wie erft automatisch? Hoe wordt een erfenis of schenking belast? Wat gebeurt er met de gezinswoning? Welke rechten hebben de kinderen? En sluit dat resultaat aan bij wat je als koppel zelf voor ogen hebt?

Vanuit onze rol kijken we vooral naar de fiscale gevolgen en brengen we mee in kaart waar belangrijke aandachtspunten zitten. Zo ontstaat een duidelijk kader waarbinnen verdere keuzes kunnen worden gemaakt.

Wanneer de situatie een testament, huwelijkscontract, specifieke successieplanning of andere juridische afspraken vereist, is verdere afstemming met een notaris of gespecialiseerd jurist aangewezen.

Neem contact op met ons team

We denken graag mee.

Contact opnemen

Dit artikel is louter informatief en vormt geen fiscaal of juridisch advies. De exacte impact hangt af van je persoonlijke situatie. Raadpleeg steeds een adviseur.

Auteur: Justine D’Hollander

Ons standpunt

Wij zouden de keuze tussen huwen, wettelijk samenwonen en feitelijk samenwonen niet laten afhangen van één fiscaal voordeel, maar bekijken in functie van je volledige familiale en financiële situatie. Vooral de bescherming van je partner, kinderen en vermogen op langere termijn verdient daarbij minstens evenveel aandacht als de fiscale impact.

Benieuwd wat we voor je kunnen betekenen?