Investeer omdat het je onderneming sterker, efficiënter of rendabeler maakt. Zorg er vervolgens voor dat je geen fiscaal voordeel laat liggen.
Kinderen hebben op verschillende manieren een impact op je personenbelasting. Denk aan de verhoging van de belastingvrije som, de belastingvermindering voor kinderopvang en de specifieke regels voor kinderen met eigen inkomsten.
Bij gescheiden ouders komt daar ook het fiscaal co-ouderschap bij. In de praktijk merken we dat vooral wijzigingen in de gezinssituatie aanleiding geven tot vragen. Daarom zetten we de belangrijkste aandachtspunten voor inkomstenjaar 2026 – aanslagjaar 2027 overzichtelijk op een rij.
Iedere belastingplichtige heeft recht op een belastingvrije som. Dat is het deel van je inkomen waarop je geen personenbelasting betaalt.
Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt die basisbelastingvrije som EUR 11.550,00.
Heb je kinderen fiscaal ten laste, dan wordt dit bedrag verhoogd. De verhoging neemt toe naarmate er meer kinderen ten laste zijn.
| Aantal kinderen ten laste | Bijkomende belastingvrije som |
|---|---|
| 1 kind | EUR 2.130,00 |
| 2 kinderen | EUR 5.130,00 |
| 3 kinderen | EUR 11.440,00 |
| 4 kinderen | EUR 18.510,00 |
| Per kind boven het vierde | + EUR 7.070,00 |
Een kind met een zware handicap telt voor deze berekening in principe als twee kinderen.
Een belangrijk onderscheid: de bedragen hierboven zijn niet de bedragen die je effectief terugkrijgt.
De toeslag verhoogt het gedeelte van je inkomen dat niet wordt belast. Het daadwerkelijke belastingvoordeel is dus lager.
Bij één kind ten laste bedraagt de bijkomende belastingvrije som bijvoorbeeld EUR 2.130,00.
Het federale belastingvoordeel bedraagt in principe:
EUR 2.130,00 × 25% = EUR 532,50
De uiteindelijke impact op je belastingafrekening hangt uiteraard af van je volledige fiscale situatie.
Tom en Sarah hebben één kind. Sarah heeft het hoogste inkomen. Het kind wordt daarom bij haar ten laste genomen. Haar belastingvrije som stijgt met EUR 2.130,00.
Ze ontvangt dus geen belastingteruggave van EUR 2.130,00. Het bedrag zorgt er wel voor dat een groter deel van haar inkomen niet wordt belast.
Bij gehuwden en wettelijk samenwonenden die gezamenlijk worden belast, worden de toeslagen voor kinderen niet zomaar gelijk verdeeld over beide partners.
In principe worden ze toegevoegd aan de belastingvrije som van de partner met het hoogste belastbare inkomen. Wanneer een andere verdeling fiscaal voordeliger is, wordt daarmee rekening gehouden in de belastingberekening.
Praktisch is er wel een link met je loon. Hebben beide partners beroepsinkomsten, dan kiezen zij bij wie de vermindering van de bedrijfsvoorheffing voor de kinderen ten laste wordt toegepast. Die keuze geef je door aan de werkgever of het sociaal secretariaat. Bij die partner wordt tijdens het jaar minder bedrijfsvoorheffing ingehouden. Dit staat los van de uiteindelijke personenbelasting. De bedrijfsvoorheffing is slechts een voorschot; bij de belastingaangifte wordt het fiscale voordeel definitief berekend volgens de regels van de personenbelasting.
Dat een kind thuis woont, betekent fiscaal nog niet automatisch dat het ook ten laste is.
Er gelden verschillende voorwaarden.
Zo moet het kind voor inkomstenjaar 2026 in principe op 1 januari 2027 deel uitmaken van je gezin.
Een student die tijdens het academiejaar op kot verblijft, vormt daarbij doorgaans geen probleem. Een tijdelijk verblijf elders om te studeren betekent op zich niet dat het kind geen deel meer uitmaakt van het gezin.
Daarnaast mogen de eigen inkomsten van het kind bepaalde grenzen niet overschrijden.
Net op dat vlak is de regeling de afgelopen jaren aanzienlijk versoepeld.
Een studentenjob zorgt niet automatisch voor het verlies van het fiscale voordeel voor een kind ten laste.
Voor inkomstenjaar 2026 mogen de nettobestaansmiddelen van een kind maximaal EUR 12.300,00 bedragen.
Diezelfde grens geldt voortaan voor alle kinderen ten laste, ongeacht de gezinssituatie van de ouders.
Dat is een belangrijke versoepeling. Studenten kunnen daardoor aanzienlijk meer verdienen dan vroeger zonder dat hun ouders meteen het fiscale voordeel verliezen.
De grens van EUR 12.300,00 mag niet zomaar worden vergeleken met het totale brutoloon of het bedrag dat op de loonfiche staat.
Fiscaal wordt gewerkt met nettobestaansmiddelen. Voor die berekening gelden specifieke regels en worden bepaalde inkomsten geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing gelaten.
Bij inkomsten uit studentenarbeid wordt bijvoorbeeld een deel van het inkomen niet meegerekend. Daarnaast kunnen ook kosten in mindering worden gebracht.
Een kind kan daardoor in werkelijkheid meer dan EUR 12.300,00 verdienen en toch fiscaal ten laste blijven.
Heeft je zoon of dochter een studentenjob, een zelfstandige activiteit, onderhoudsuitkeringen of andere eigen inkomsten? Dan is het verstandig om de nettobestaansmiddelen effectief te berekenen in plaats van enkel naar het ontvangen inkomen te kijken.
Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt het minimale forfaitaire kostenbedrag bij bezoldigingen of baten EUR 580,00.
Ook doctoraatsbeurzen vragen sinds kort extra aandacht. Wanneer een doctoraatsbeurs aanleiding geeft tot de opbouw van socialezekerheidsrechten, telt deze voortaan mee als bestaansmiddel. Gewone studiebeurzen worden anders behandeld.
Een persoon die een leefloon of equivalent leefloon ontvangt, kan bovendien niet langer als persoon ten laste worden aangemerkt.
Ook kosten voor kinderopvang kunnen een rechtstreeks fiscaal voordeel opleveren.
Voor inkomstenjaar 2026 kan maximaal EUR 17,30 per opvangdag en per kind fiscaal in aanmerking worden genomen.
Op het aanvaarde bedrag krijg je in principe een belastingvermindering van 45%.
De regeling geldt onder meer voor:
De opvang moet uiteraard aan de wettelijke voorwaarden voldoen. De kosten moeten bovendien kunnen worden aangetoond, doorgaans aan de hand van een fiscaal attest van de opvangorganisatie.
Je kind gaat in 2026 gedurende 100 dagen naar de opvang. Je betaalt minstens EUR 17,30 per dag.
De maximaal fiscaal aanvaarde uitgaven bedragen dan:
| 100 × EUR 17,30 | EUR 1.730,00 |
De belastingvermindering bedraagt:
| EUR 1.730,00 × 45% | EUR 778,50 |
Per opvangdag komt maximaal EUR 17,30 in aanmerking. Betaal je minder, dan wordt de belastingvermindering berekend op het werkelijk betaalde bedrag. Betaal je meer, dan blijft de berekeningsbasis beperkt tot EUR 17,30 per dag.
Voor bepaalde alleenstaande ouders met een beperkt inkomen kan de belastingvermindering bovendien oplopen tot 75%.
Voor kinderen jonger dan 3 jaar is er een bijkomend aandachtspunt.
Je kan voor hetzelfde kind niet tegelijk gebruikmaken van de belastingvermindering voor kinderopvang én van de bijkomende verhoging van de belastingvrije som voor een jong kind.
Heb je geen belastingvermindering voor kinderopvang gevraagd, dan kan je onder voorwaarden aanspraak maken op een bijkomende belastingvrije som van EUR 740,00.
Je maakt dus een keuze tussen:
Ook hier is het belangrijk om het bedrag niet te verwarren met het werkelijke belastingvoordeel.
Bij een toeslag van EUR 740,00 bedraagt de federale belastingbesparing in principe:
EUR 740,00 × 25% = EUR 185,00
Stel dat je tijdens het jaar EUR 1.000,00 aan fiscaal aanvaarde opvangkosten hebt.
De belastingvermindering bedraagt dan:
| EUR 1.000,00 × 45% | EUR 450,00 |
Dat is duidelijk meer dan het belastingvoordeel van ongeveer EUR 185,00 via de bijkomende belastingvrije som.
In de praktijk zien we daarom dat de belastingvermindering voor kinderopvang doorgaans interessanter is zodra er voldoende betaalde en correct geattesteerde opvangkosten zijn.
Heb je daarentegen geen betaalde opvangkosten, bijvoorbeeld omdat een grootouder opvang voorziet, dan blijft de bijkomende toeslag wel relevant.
Bij gescheiden ouders wordt de fiscale behandeling complexer.
Ook bij een gelijkmatig verdeelde huisvesting blijft een kind fiscaal ten laste van één van beide ouders. Een kind kan dus niet voor de helft ten laste zijn van elke ouder.
Onder bepaalde voorwaarden kan wel het systeem van fiscaal co-ouderschap worden toegepast. Daarbij blijft het kind bij één ouder fiscaal ten laste, maar wordt het belastingvoordeel dat verbonden is aan de verhoging van de belastingvrije som in principe over beide ouders verdeeld.
De voorwaarden daarvoor zijn strikt. De gelijkmatig verdeelde huisvesting moet voldoende duidelijk blijken uit een geregistreerde of gehomologeerde overeenkomst of uit een rechterlijke beslissing.
Ook de precieze formulering van die documenten is belangrijk. Een duidelijke regeling zoals “week om week” of een concreet omschreven alternerend verblijf kan voldoende zijn. Een algemene verwijzing naar “co-ouderschap” of “gedeeld hoederecht” is op zichzelf niet altijd voldoende.
Daarom kijken we bij een scheiding niet alleen naar de feitelijke verblijfsregeling, maar ook naar wat er precies in het vonnis of de overeenkomst werd vastgelegd.
Wanneer fiscaal co-ouderschap van toepassing is, blijft het kind dus fiscaal ten laste van één ouder. De verhoging van de belastingvrije som die met het kind verband houdt, wordt wel in principe voor de helft aan elke ouder toegekend.
Daardoor kan ook de ouder bij wie het kind niet fiscaal ten laste staat, een deel van het fiscale voordeel krijgen.
Een bijkomend aandachtspunt ontstaat wanneer één van de ouders een beperkt belastbaar inkomen heeft. De verhoging van de belastingvrije som kan dan mogelijk niet volledig worden benut.
In dat geval kan het niet-benutte voordeel onder bepaalde voorwaarden worden omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet. Dat betekent dat een deel van het fiscale voordeel niet verloren hoeft te gaan enkel omdat er onvoldoende belasting verschuldigd is om het volledig te verrekenen.
Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt het maximale belastingkrediet zonder toepassing van fiscaal co-ouderschap EUR 550,00 per kind.
Bij fiscaal co-ouderschap wordt dat maximumbedrag voor het betrokken kind in principe gehalveerd. Het maximale belastingkrediet bedraagt dan EUR 275,00 per ouder en per kind.
Dat belastingkrediet is geen bijkomend voordeel bovenop de gewone kindertoeslag. Het is vooral een vangnet wanneer een ouder door een beperkt belastbaar inkomen het toegekende deel van de verhoogde belastingvrije som niet volledig kan benutten.
Veel gezinnen verwerken kinderen jarenlang op dezelfde manier in hun belastingaangifte. Toch is het verstandig om de situatie opnieuw te bekijken wanneer er iets verandert.
Wij besteden vooral aandacht aan situaties waarin:
Ook bepaalde leeftijden, zoals 3, 14 en 21 jaar, kunnen een invloed hebben op specifieke fiscale voordelen.
Het zijn vaak dergelijke wijzigingen die bepalen of de aangifte nog op dezelfde manier kan worden ingevuld als het jaar voordien.
Kinderen ten laste zijn in veel aangiften een vrij standaard onderdeel van de personenbelasting. Toch is het belangrijk om niet automatisch voort te bouwen op de situatie van het jaar voordien.
Vooral wijzigingen in de gezinssituatie kunnen een impact hebben op de fiscale verwerking. Denk aan een kind dat meer begint te verdienen, de start of stopzetting van kinderopvang, een scheiding of een gewijzigde verblijfsregeling.
Daarnaast is een wijziging in het inkomen van de partners ook een belangrijke factor in het toewijzen van de kinderen. Een veel voorkomend geval is het dalen van het inkomen doordat men van werknemer naar zelfstandige gaat.
Bij de berekening van de personenbelasting kijken we daarom naar de actuele situatie en naar de fiscale regels die daarop van toepassing zijn. In eenvoudige dossiers is dat doorgaans rechtlijnig. Bij studenten met eigen inkomsten, jonge kinderen of fiscaal co-ouderschap vraagt de verwerking soms meer aandacht.
De ruimere grens voor nettobestaansmiddelen maakt de regeling in 2026 gunstiger voor gezinnen met werkende studenten. Bij jonge kinderen kan de keuze tussen de belastingvermindering voor kinderopvang en de bijkomende toeslag een verschil maken. Bij gescheiden ouders is dan weer vooral de correcte toepassing van het fiscaal co-ouderschap belangrijk.
Het uitgangspunt blijft voor ons hetzelfde: de gezinssituatie correct vertalen naar de personenbelasting, zodat de voordelen waarop je recht hebt op de juiste manier worden toegepast.
We denken graag mee.
Dit artikel is louter informatief en vormt geen fiscaal of juridisch advies. De exacte impact hangt af van je persoonlijke situatie. Raadpleeg steeds een adviseur.
Auteur: Justine D’Hollander