Maaltijdcheques blijven één van de populairste extralegale voordelen voor werknemers. Dat is logisch: werknemers ontvangen een netto voordeel met een beperkte fiscale impact en ook voor de werkgever is de totale kost vaak interessanter dan een klassieke loonsverhoging.
Vanaf 2026 wijzigt bovendien de regelgeving. De maximale werkgeversbijdrage stijgt én ook de fiscale aftrek wordt uitgebreid. Daardoor loont het om bestaande regelingen opnieuw onder de loep te nemen.
We merken in de praktijk vaak nog onduidelijkheid op. Zeker bij bedrijfsleiders ontstaan nog veel vragen: mag dat eigenlijk wel, welke voorwaarden gelden en wanneer is het interessant?
Een maaltijdcheque is een voordeel dat gebruikt kan worden voor de aankoop van levensmiddelen of bereide maaltijden. De cheques worden elektronisch toegekend (i.e. ze worden opgeladen op een kaart) en kunnen gebruikt worden bij winkels en handelaars die maaltijdcheques aanvaarden.
Het grote verschil met gewoon loon zit in de fiscale behandeling. Wanneer alle voorwaarden correct worden gevolgd, ontvangt de werknemer of bedrijfsleider een netto voordeel zonder de klassieke belastingdruk van een loonverhoging.
Belangrijk daarbij: maaltijdcheques zijn geen vrije bonus die je zomaar maandelijks kan toekennen. Er gelden een aantal voorwaarden.
Om maaltijdcheques fiscaal correct toe te kennen moeten verschillende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:
Dat laatste punt wordt vaak onderschat. Een werkgever kan dus niet zomaar beslissen om bestaand brutoloon om te zetten naar maaltijdcheques.
Vanaf 2026 stijgt de maximale werkgeversbijdrage:
Tot en met 31 december 2025:
Vanaf 1 januari 2026:
De wijziging heeft ook een impact op de fiscale aftrekbaarheid.
Tot eind 2025 is slechts EUR 2,00 per maaltijdcheque fiscaal aftrekbaar.
Vanaf 2026 stijgt dit naar EUR 4,00 per maaltijdcheque, maar enkel indien de maximale werkgeversbijdrage van EUR 8,91 effectief wordt toegepast.
Daardoor ontstaat een belangrijk aandachtspunt: wie lagere bedragen blijft gebruiken, mist een deel van de bijkomende aftrek.
De federale regering kondigde ook aan dat het voordeel per maaltijdcheque in de toekomst nog kan doorstijgen tot EUR 12,00 per cheque. Wanneer dit van kracht is, is nog niet beslist.
Hier bestaat nog vaak verwarring.
Een bedrijfsleider kan in principe eveneens maaltijdcheques ontvangen via de vennootschap, ook wanneer er geen personeel aanwezig is.
Dat iets mogelijk is, betekent daarom nog niet dat het ook altijd de meest interessante oplossing is.
In de praktijk komen er namelijk bijkomende administratieve formaliteiten en kosten kijken:
Wanneer een vennootschap al werknemers heeft, lopen die processen meestal al via bestaande systemen. De bijkomende kost voor een bedrijfsleider blijft dan vaak beperkt.
Bij een vennootschap zonder personeel ligt dat soms anders. Dan kunnen de vaste administratieve kosten relatief zwaar doorwegen tegenover het voordeel zelf.
Daarom bekijken we dit meestal samen binnen het bredere plaatje van de vennootschap en niet als een losstaande optimalisatie.
De opstart van maaltijdcheques verloopt meestal via een samenwerking tussen de vennootschap, het sociaal secretariaat, de aanbieder van maaltijdcheques en de boekhouder.
Concreet ziet dat er vaak zo uit:
Een vennootschap met drie werknemers heeft een gebroken boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026.
Van april tot december 2025 worden in totaal 450 maaltijdcheques toegekend. Van januari tot maart 2026 volgen nog eens 150 maaltijdcheques.
Er zijn twee mogelijke situaties.
| Situatie 1 | Situatie 2 | |
|---|---|---|
| April – december 2025 | 450 cheques van EUR 6,00 WG: EUR 4,91 WN: EUR 1,09 | 450 cheques van EUR 8,00 WG: EUR 6,91 WN: EUR 1,09 |
| Januari – maart 2026 | 150 cheques van EUR 8,00 WG: EUR 6,91 WN: EUR 1,09 | 150 cheques van EUR 10,00 WG: EUR 8,91 WN: EUR 1,09 |
| Werkgeversbijdrage totaal boekjaar | EUR 3.246,00 | EUR 4.446,00 |
| Fiscaal aftrekbare kost | 600 cheques × EUR 2,00 = EUR 1.200,00 | 450 cheques × EUR 2,00 + 150 cheques × EUR 4,00 = EUR 1.500,00 |
| Niet-aftrekbaar deel | EUR 2.046,00 | EUR 2.946,00 |
In situatie 1 verhoogt de onderneming haar maaltijdcheques wel, maar niet maximaal. Daardoor blijft de fiscale aftrek beperkt tot EUR 2,00 per maaltijdcheque, ook na 1 januari 2026.
In situatie 2 wordt vanaf januari 2026 de maximale werkgeversbijdrage van EUR 8,91 toegepast. Daardoor stijgt de fiscale aftrek voor die 150 maaltijdcheques naar EUR 4,00 per cheque.
Hoewel de werkgeverskost stijgt, levert de nieuwe regeling dus ook een bijkomende fiscale aftrek op. Bij ondernemingen met meer werknemers of grotere volumes maaltijdcheques kan dat verschil op jaarbasis snel oplopen.
Dit maakt meteen duidelijk dat de wetswijziging niet enkel een verhoging van de chequewaarde is, maar ook een wijziging in de fiscale behandeling.
Dit artikel is louter informatief en vormt geen fiscaal of juridisch advies. De exacte impact hangt af van je persoonlijke situatie. Raadpleeg steeds een adviseur.
Auteur: Justine D’Hollander, partner bij Polar Advisory
Maaltijdcheques blijven één van de meest toegankelijke extralegale voordelen binnen een vennootschap. Door de wijzigingen vanaf 2026 wordt het systeem opnieuw interessanter.
De vraag is alleen niet of maaltijdcheques mogelijk zijn, maar vooral of ze binnen jouw situatie ook echt zinvol zijn. Dat hangt vaak niet enkel af van fiscaliteit, maar ook van personeel, loonadministratie, documentatie en praktische opvolging.
Bij Polar bekijken we daarom niet alleen de technische mogelijkheden, maar ook de praktische uitwerking binnen jouw vennootschap.
Concreet ondersteunen we onder meer bij:
Vooral bij bedrijfsleiders zonder personeel bekijken we dit liever als onderdeel van een ruimer optimalisatieverhaal dan als een losstaand voordeel.
Neem contact op met ons team. We denken graag mee vanuit jouw concrete situatie.